Archief voor de categorie ‘School’

Wie sliep er nu bij mama?

Een jongetje komt op school en zegt tegen zijn meester: “Ik heeft gisteren bij mama geslapen.” “Nee”, zegt de meester, “Ik HEB gisteren bij mama geslapen.” Waarop het ventje antwoordt: “Ik heeft u niet gezien.”

 

Rapport zonder tien

Ferry’s vader bekijkt het rapport van zijn zoon. Vader: “Ik mis de tien.” Ferry: “Welke tien?” Vader: “De tien voor de moed om dit rapport aan mij te laten zien!”

 

De grootste oceaan

Jantje steekt zijn vinger omhoog. De meester zegt: “Wat is er?”. “Ik moet naar de wc, meester”, zegt Jantje. “Wacht maar even”, antwoordt de meester. “Jullie krijgen een vraag: waar ligt de grootste oceaan? Jantje, weet jij het antwoord?”. “Ja,” zegt Jantje, “onder mijn stoel”.

– Sharon

 

Persoonlijke voornaamwoorden

Onderwijzer: “Miesje, vandaag gaan we zinnen maken met persoonlijke voornaamwoorden: ik, jij, hij, wij, jullie, zij. Bijvoorbeeld je vader zegt: ‘Ik ga uit.’, wat zegt je moeder dan?” Miesje: “Jij blijft thuis!”

 

Leren lezen en schrijven

Lisa ging voor het eerst naar groep drie op de lagere school. Daar leer je lezen en schrijven. Het echte werk dus. Na de eerste dag op school komt papa ook thuis van het werk en vraagt aan Lisa wat ze al geleerd heeft. “Nou,” zegt Lisa, “ik heb al leren schrijven”. “En wat heb je dan geschreven?”, vraagt papa. “Dat weet ik nog niet, want ik leer morgen pas lezen”.

– Frank

 

Broem, broem, broem

Jantje zit in de klas en zegt: “Broem, broem, broem”. De juf zegt: “Als je dat nog één keer doet, dan ga je naar de gang”. Even later zegt Jantje weer: “Broem, broem, broem”. De juffrouw zegt: “Nou ga je naar de gang”. Maar Jantje antwoordt: “Dat kan niet, juf, mijn benzine is op”.

– Melissa Altenburg

 

Eén, twee, drie, vier

De muziekleraar vraagt: “Sietse, als iemand alleen een instrument bespeelt, hoe heet dat dan?”. “Solo”. “Goed, en Jelle, als men met z’n tweeën speelt?”. “Een duet meneer”. “Uitstekend. En Paul, met z’n drieën spelen, hoe noem je dat?”. “Een trio”. “Prachtig. En Rob, als je met zijn vieren speelt?”. “Klaverjassen, meneer!”