Archief voor de categorie ‘Allerlei’

Zand in de woestijn

Twee zandkorrels lopen in de woestijn. Zegt de ene korrel tegen de andere: “Ik weet het niet zeker, maar ik heb steeds het gevoel dat we worden achtervolgd.”

 

Bioscoopkaartjes

Een man komt al voor de achtste keer bij het loket van een bioscoop en koopt weer een kaartje. De dame achter de kassa vraagt: “Waarom koopt u acht keer een kaartje voor dezelfde film?”. De man antwoordt: “Omdat ze hem bij de ingang steeds doormidden scheuren”.

 

Ballonnen in de woestijn

Er lopen twee ballonnen in de woestijn. Zegt de ene ballon tegen de andere: “Kijk uit, een cactussssssssssssssss”. Roept de andere: “Ik ben niet BANG!”

– John Hijnen

 

Cement in de regen

Er lopen twee zakken cement over straat. Zegt de ene: “Bah, het gaat regenen.” Zegt de andere: “Niet zeuren, daar word je hard van.”

 

Haring met ui

Een man vraagt bij de viskraam: “Hoe duur zijn die haringen?”. De verkoper antwoordt: “Twee gulden per stuk”. “Is dat met uien?”, vraagt de man. “Ja,” zegt de verkoper, “de uien krijg je er gratis bij”. Waarop de man zegt: “Doe mij dan maar een kilo uien”.

 

Koe melken

Een stadsjongen heeft vakantiewerk op een boerderij gevonden en moet voor het eerst van zijn leven koeien gaan melken. Hij gaat met een krukje en emmer naar het land. Hij komt een paar uur later terug met een lege emmer, waarop de boer vraagt: “Waarom heb je nog een lege emmer?”. De jongen antwoordt verontwaardigd: “Ik vind dat jij maar eigenwijze koeien hebt, er wil er geen een op het krukje gaan zitten”.

 

Tweeling overboord

Er was eens een tweeling. De ene heette Nog Eens en de andere heette Nog Eens. Op een dag gingen ze samen varen. Nog Eens viel uit het bootje. Wie bleef er over? Nog Eens! … Er was eens een tweeling. De ene heette Nog Eens en de andere heette Nog Eens. Op een dag gingen ze samen varen. Nog Eens viel uit het bootje. Wie bleef er over? Nog Eens! … Er was eens een…

– Lieke

 

Ik pak je beet en ik eet je op

Een Duitser komt bij een oud kasteeltje en vraagt om een slaapplaats voor de nacht. De kasteeleigenaar zegt dat dat wel kan, maar dat er maar één kamer is waar hij kan slapen, en dat het daar spookt. De Duitser zegt dat ‘ie toch de kamer neemt. Die nacht wil de Duitser gaan slapen en als het licht uit is hoort hij: “Ik pak je beet en ik eet je op, ik pak je beet en ik eet je op, ik pak je beet en ik eet je op”. De Duitser schrikt daar zo van dat ‘ie snel zijn spullen pakt en zonder te betalen wegrent. De volgende dag komt er een Belg bij het kasteel en hij vraagt ook om een kamer. Hij krijgt hetzelfde verhaal te horen als de Duitser: één kamer waar het spookt. De Belg is stoer en vindt het niet erg, dus hij wil daar wel een nachtje blijven. Die nacht gebeurt weer hetzelfde: “Ik pak je beet en ik eet je op, ik pak je beet en ik eet je op, ik pak je beet en ik eet je op”. Van schrik rent de Belg zonder zijn spullen naar buiten zonder ooit nog terug te komen. De volgende dag komt een Nederlander bij het kasteeltje aan, hij wil ook één nacht blijven slapen. Hij hoort ook het verhaal van de kasteeleigenaar aan en na een beetje twijfelen besluit hij om te blijven. Als hij het licht uit heeft gedaan hoort hij het ook: “Ik pak je beet en ik eet je op”. De Nederlander stapt uit bed en loopt naar de kast waar het geluid vandaan komt. Dan trekt hij heel langzaam de kastdeur open en daar ziet hij een kabouter staan die ijverig uit zijn neus staat te eten en daarbij zegt: “Ik pak je beet en ik eet je op”.

– Tom

 

Lucifers in het ziekenhuis

Er liggen twee lucifers in het ziekenhuis. Vraagt de ene aan de ander: “Waarom lig jij hier?”. “Verbrande kop, en jij?”. “Gebroken poot”.

 

Opgelicht

Op de Dam staat een jochie kranten te verkopen. “Grote oplichtingsaffaire”, roept hij. “Vijftig slachtoffers”. Een voorbijganger koopt een krant, en bladert hem door. Hij kan niets vinden over een oplichtingsaffaire. Hoort hij het ventje roepen: “Grote oplichtingsaffaire, eenenvijftig slachtoffers”.

– Jean