Archief voor een schrijver

Jungle-tijger

Een ontdekkingsreiziger komt in de jungle. Opeens ziet hij een tijger, en omdat tijgers heel hard kunnen rennen, zet de ontdekkingsreiziger het op een lopen. De tijger haalt hem al snel in, en zegt: “Tikkie, jij bent hem”.

— Anne de Koeijer

 

Blinden

Jullie weten vast hoe je iemand kunt herkennen die niet kan zien… Juist, die heeft een witte stok met rode streepjes. Maar hoe kun je nu zien dat iemand niet kan auto rijden? – Dan heeft hij een wit nummerbord met rode letters en cijfers.

— Jean

 

Jasje verkocht

Trots vertelt de jongste bediende aan de baas, dat hij dat roze met groen gestreepte jasje uit de oude voorraad toch heeft weten te verkopen. “Vond die man dat mooi?”, vraagt de baas. “Nou, dat zei hij niet zo direkt, alleen zijn blindegeleidehond gromde een beetje”.

— Jean

 

Zwaar denkwerk 2

Hoever kan een olifant het bos in lopen? – Tot in het midden, daarna loopt hij er weer uit.

— Jean

 

Zwaar denkwerk

Hoe laat is het als een olifant op het tuinhekje gaat zitten? – Tijd voor een nieuw tuinhekje.

— Jean

 

Hard op weg naar huis

Een dronkaard wankelt naar huis. Hij komt bij een mooie nieuw geasfalteerde weg, die door de regen blinkt als een spiegeltje. “Bah, een kanaal, en ik heb geen zwembroek bij me. Nou ja, er kijkt niemand”. Hij kleedt zich uit, neemt een aanloop, duikt en … klapt op het asfalt. “Verdraaid,” mompelt hij, “nu heeft het nog gevroren ook”.

— Jean

 

Laatkomer

Komt een skelet bij de dokter, zegt de dokter: “Kon u niet eerder komen?

— Jean

 

Dat is niet niks

Weet jij het verschil tussen gratis en voor niets? Nee? Dan ben ik gratis naar school geweest en jij voor niets.

— Jean

 

De grootste oceaan

Jantje steekt zijn vinger omhoog. De meester zegt: “Wat is er?”. “Ik moet naar de wc, meester”, zegt Jantje. “Wacht maar even”, antwoordt de meester. “Jullie krijgen een vraag: waar ligt de grootste oceaan? Jantje, weet jij het antwoord?”. “Ja,” zegt Jantje, “onder mijn stoel”.

— Sharon

 

Beet

Zit een man met hamer en nijptang langs de waterkant. Als een ander hem vraagt wat hij daar doet, zegt hij: “Ik vis.” “Hoe bedoel je, je vist, zo kun je toch niets vangen?” De visser antwoordt: “Voor een tientje vertel ik je hoe ik dat doe”. De ander wordt toch wel nieuwsgierig en betaalt een tientje. “Nou, ik wacht tot er een vis komt, grijp hem tussen de tang en sla hem dan met de hamer op zijn kop”, legt de visser uit. “Maar zo vang je toch nooit wat?” “Oh jawel, een tientje of vijf op een middag.”

— Jean