Archief voor de categorie ‘Moppen’

Nooit vakantie

Waarom neem jij nooit vakantie?”, vraagt een ambtenaar aan zijn collega. “Ik kan echt niet weg”, zegt de collega. “Waarom niet? Kan het bedrijf jou niet missen?”, vraagt de man weer. “Makkelijk,” antwoordt zijn collega, “maar ik wil niet dat ze dat te weten komen.”

 

Leren lezen en schrijven

Lisa ging voor het eerst naar groep drie op de lagere school. Daar leer je lezen en schrijven. Het echte werk dus. Na de eerste dag op school komt papa ook thuis van het werk en vraagt aan Lisa wat ze al geleerd heeft. “Nou,” zegt Lisa, “ik heb al leren schrijven”. “En wat heb je dan geschreven?”, vraagt papa. “Dat weet ik nog niet, want ik leer morgen pas lezen”.

— Frank

 

Zand in de woestijn

Twee zandkorrels lopen in de woestijn. Zegt de ene korrel tegen de andere: “Ik weet het niet zeker, maar ik heb steeds het gevoel dat we worden achtervolgd.”

 

Tante’s geweer

“Tante Miep, mag ik uw geweer eens zien?”, vraagt Lotte. “Maar meisje,” zegt tante, “ik heb helemaal geen geweer.” Lotte: “Vreemd, mama zegt dat u altijd op mannenjacht bent.”

 

Bioscoopkaartjes

Een man komt al voor de achtste keer bij het loket van een bioscoop en koopt weer een kaartje. De dame achter de kassa vraagt: “Waarom koopt u acht keer een kaartje voor dezelfde film?”. De man antwoordt: “Omdat ze hem bij de ingang steeds doormidden scheuren”.

 

Ballonnen in de woestijn

Er lopen twee ballonnen in de woestijn. Zegt de ene ballon tegen de andere: “Kijk uit, een cactussssssssssssssss”. Roept de andere: “Ik ben niet BANG!”

— John Hijnen

 

Gezicht wassen

Juf: “Jantje, je moet je gezicht beter wassen. Ik kan zo zien wat je vanochtend gegeten hebt.” Jantje: “Wat dan, juf?” Juf: “Brood met chocoladepasta.” Jantje: “Fout juf, dat was gisteren.”

— Melissa Altenburg

 

Cement in de regen

Er lopen twee zakken cement over straat. Zegt de ene: “Bah, het gaat regenen.” Zegt de andere: “Niet zeuren, daar word je hard van.”

 

De aap en oom Geert

Een moeder loopt met haar dochtertje in de dierentuin. Dan komen ze bij de apen. Zegt het dochtertje: “Hé, die aap lijkt precies op oom Geert.” Haar moeder antwoordt: “Dat mag je niet zeggen!” Dan zegt het dochtertje: “Nou en, die aap hoort het toch niet”.

 

Haring met ui

Een man vraagt bij de viskraam: “Hoe duur zijn die haringen?”. De verkoper antwoordt: “Twee gulden per stuk”. “Is dat met uien?”, vraagt de man. “Ja,” zegt de verkoper, “de uien krijg je er gratis bij”. Waarop de man zegt: “Doe mij dan maar een kilo uien”.