Groen licht
Geplaatst in Belgen op 2 November 2001 om 15:47 doorEr staan twee Belgen te wachten voor een stoplicht. Zegt de een tegen de ander: “Hé Sjefke, ‘t is groen!” Zegt Sjefke: “een kikker?”
Er staan twee Belgen te wachten voor een stoplicht. Zegt de een tegen de ander: “Hé Sjefke, ‘t is groen!” Zegt Sjefke: “een kikker?”
Jan belt bij zijn onderbuur aan en vraagt of hij de volgende avond de stereo-installatie mag lenen. “Natuurlijk,” zegt de buurman, “heb je een feestje?”. “Nee hoor!”, antwoordt Jan, “Ik zou alleen eens een beetje willen slapen!”.
Een Belg is op zoek naar een Nederlandstalige versie van “Windows ME”. Hij gaat computerzaak in en computerzaak uit, maar van “Ramen IKKE” hebben ze nog nergens gehoord.”
— Jean
Klein manneke met hele hoge nood doet op een parkeerplaats een plasje. Tegen een mooie dure auto wel te verstaan. Toevallig komt de eigenaar van de auto net aan en ziet wat er gebeurt. “Is dat normaal?” schreeuwt hij, “Mijn dure Rolls!\. Het manneke kijkt, zijn gezicht klaart helemaal op en stralend zucht hij: “Nee man, super!”
— Jean
Er lopen twee ijsberen door de woestijn. “Tjonge, wat is het hier glad”, meent de een. “Hoe kom je daar nu bij?”,vraagt de andere. “Nou, zie je dan niet hoe ze gestrooid hebben?”
— Jean
Jantje steekt zijn vinger omhoog. De meester zegt: “Wat is er?”. “Ik moet naar de wc, meester”, zegt Jantje. “Wacht maar even”, antwoordt de meester. “Jullie krijgen een vraag: waar ligt de grootste oceaan? Jantje, weet jij het antwoord?”. “Ja,” zegt Jantje, “onder mijn stoel”.
— Sharon
Zit een man met hamer en nijptang langs de waterkant. Als een ander hem vraagt wat hij daar doet, zegt hij: “Ik vis.” “Hoe bedoel je, je vist, zo kun je toch niets vangen?” De visser antwoordt: “Voor een tientje vertel ik je hoe ik dat doe”. De ander wordt toch wel nieuwsgierig en betaalt een tientje. “Nou, ik wacht tot er een vis komt, grijp hem tussen de tang en sla hem dan met de hamer op zijn kop”, legt de visser uit. “Maar zo vang je toch nooit wat?” “Oh jawel, een tientje of vijf op een middag.”
— Jean
Jantje van vier heeft voor straf een flink pak voor zijn billen gekregen. Als hij voor een grote spiegel de schade opneemt meent hij: “Zie je nou wel, helemaal gebarsten!”
— Jean
Onderwijzer: “Miesje, vandaag gaan we zinnen maken met persoonlijke voornaamwoorden: ik, jij, hij, wij, jullie, zij. Bijvoorbeeld je vader zegt: ‘Ik ga uit.’, wat zegt je moeder dan?” Miesje: “Jij blijft thuis!”
Een moeder stapt met haar 6 kinderen in de lift van een groot warenhuis. De liftbediende vraagt: “Waar moet U zijn, mevrouw?” “De kinderafdeling”, antwoordt de vrouw. Waarop één van haar kinderen zegt: “Nee mam, niet nog eentje, we zijn al met z’n zessen!”